Gedreven en no-nonsense
Kennis
Kunde
Kwaliteit

Civiele Procedure

Ja, als de rechter u in het gelijk stelt, zal hij de tegenpartij veroordelen tot vergoeding van de door u gemaakte kosten zoals deurwaardersexploot, eventueel buitengerechtelijke incassokosten en griffierechten. Besluit de gedaagde te betalen, nadat deze een dagvaarding heeft ontvangen, maar voordat de zitting heeft plaatsgevonden? Dan kan de eiser de dagvaarding gewoon aanbrengen en de (kanton)rechter laten weten dat de hoofdsom is betaald, maar de kosten niet. De (kanton)rechter zal dan in het algemeen een kostenveroordeling uitspreken. De kosten voor een advocaat worden slechts deels vergoed.
Het is niet verplicht. Wel is het verstandig om juridisch advies in te winnen bij een advocaat of een deurwaarder. In de procedure bij de rechtbank is een advocaat wel verplicht.
Nee, iedereen kan een rechtszaak bij de (kanton)rechter beginnen, zonder toestemming te vragen aan de gedaagde partij.
In spoedeisende zaken kunt u een voorlopig oordeel van de kortgedingrechter vragen. Bijvoorbeeld als het gaat om ontruiming of een straatverbod. De zaak mag niet te ingewikkeld zijn; dat betekent bijvoorbeeld dat er niet te veel getuigen en deskundigen kunnen worden opgeroepen. De uitspraak vindt uiterlijk binnen veertien dagen plaats en is eigenlijk voorlopig. Hierna kunnen partijen door middel van een gewone civiele rechtbankprocedure, de zogenaamde bodemprocedure, een definitieve uitspraak verlangen.
U kunt uw verweer zowel van tevoren indienen als naar de zitting meenemen. Het verweerschrift dient in tweevoud te worden verstuurd en gericht te worden aan de griffier van de betreffende rechtbank.
De meeste civiele procedures beginnen met een dagvaarding. De eiser laat een advocaat die ingeschreven staat bij de rechtbank, een dagvaarding aan de andere partij uitbrengen. In de procedure bij de kantonrechter kan de eiser ook 'in persoon', dat wil zeggen zonder advocaat, procederen. De deurwaarder reikt de dagvaarding uit aan de gedaagde. In de dagvaarding kan de gedaagde lezen wat de eiser van hem wil en op welke datum hij voor de rechtbank moet verschijnen. De procedures bij de sectoren kanton en civiel worden uitvoerig beschreven in rolreglementen die voor alle rechtbanken gelden.
Voor vorderingen tot € 25.000,- kunt u bij de sector kanton van de rechtbank terecht. Voor geldbedragen boven de € 25.000,- moet u bij de rechtbank procederen. Gaat het om een vordering op grond van een huur- of arbeidsovereenkomst, dan kunt u - ongeacht de hoogte van de vordering - toch bij de sector kanton terecht.
Nee. Voor een kort geding bij de kantonrechter (rechtbank, sector kanton) is geen advocaat nodig. Als gedaagde partij in een kort geding bij de rechtbank heb je ook geen advocaat nodig. Wel is het vaak verstandig een advocaat in de arm te nemen.
Een civiele procedure duurt in principe één jaar. De rechtzoekende moet er rekening mee houden dat die termijn overschreden kan worden wegens aanhouding van de zaak (op verzoek van de partijen of als de rechter dat bepaalt).
Daar gelden geen termijnen voor. Een zaak kan dus een aantal keer worden aangehouden. Wel moet de rechtbank of het hof een redelijker termijn in acht houden.
Tijdens een civiele procedure kan de rechter of kantonrechter partijen oproepen om voor hem te verschijnen. Bijvoorbeeld om een regeling te treffen of een toelichting op de schriftelijke stukken te geven.
Dat verschilt per soort zaak. Na de behandeling van een civiel kort geding doet de rechter over het algemeen binnen veertien dagen uitspraak. Maar als het nodig is, doet de kort geding rechter onmiddellijk na behandeling van de zaak een uitspraak. De civiele bodemprocedure vergt meer tijd. Het streven is om binnen vier weken (kanton) of zes weken (rechtbank) na het sluiten van de behandeling vonnis te wijzen. Bij strafzaken wordt uiterlijk veertien dagen na de behandeling van de zaak uitspraak gedaan. De politierechter doet in de regel meteen na behandeling van de zaak een mondelinge uitspraak. De bestuursrechter moet binnen zes weken na behandeling van de zaak een schriftelijke uitspraak doen. Soms doet de rechter meteen mondeling uitspraak. In bepaalde gevallen is een versnelde behandeling van een bestuurszaak mogelijk, en de rechter zal dan ook sneller uitspraak doen. Bij een voorlopige voorziening, het kort geding in het bestuursrecht, wordt binnen enkele weken beslist. Maar als het nodig is, kan het ook binnen enkele uren.,
Als u het niet eens bent met de beslissing van de kantonrechter kunt u in bepaalde gevallen in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Bij geldvorderingen moet het dan wel om een bedrag van minimaal € 1.750,- gaan. Hiervoor geldt in het algemeen een termijn van drie maanden. U heeft hiervoor altijd een advocaat nodig.
U kunt beroep instellen bij de sector bestuursrecht van de arrondissementsrechtbank. Er zijn negentien rechtbanken verspreid over Nederland. U gaat in beroep bij de rechtbank van het gebied waarin uw woonplaats ligt. Het bestuursorgaan dat een besluit heeft genomen, is verplicht te vermelden of tegen het besluit beroep mogelijk is en bij welke rechter u moet zijn.
In de Wet op de rechterlijke indeling staan per arrondissement alle gemeenten opgesomd. De wet kunt u zelf nalezen op de site www.overheid.nl , via de link wet- en regelgeving.
Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Wanneer u uw beroepschrift niet binnen deze termijn indient, kan uw beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank komt dan niet aan een inhoudelijke beoordeling van uw standpunt toe. De zes wekentermijn geldt niet bij beroep tegen het niet of niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift.
Het beroep is niet kosteloos. U moet een bijdrage in de kosten van de rechtspraak betalen. Deze bijdrage wordt griffierecht genoemd. Nadat u een beroepschrift hebt ingediend, stuurt de griffier van de rechtbank u of uw advocaat een rekening voor het griffierrecht. Als u het griffierecht niet betaalt, of niet tijdig betaalt, loopt u het risico dat de rechtbank uw zaak niet inhoudelijk zal behandelen.
U kunt in beroepszaken voor de bestuursrechter zelf procederen. U kunt zich echter ook laten vertegenwoordigen door een ander. Deze treedt dan als uw gemachtigde op. Bij het instellen van beroep dient een gemachtigde een volmacht over te leggen waaruit blijkt dat hij gerechtigd is voor u beroep in te stellen. Dat hoeft niet als hij een advocaat is. Onder professionele gemachtigden vallen vakbondsjuristen, advocaten, juristen van het Bureau Rechtshulp, een juridisch adviesbureau en een rechtsbijstandsverzekeraar.
Als de rechter uw beroep gegrond verklaart, wordt het griffierrecht dat u aan het begin van de procedure heeft betaald, aan u vergoed. Dat gebeurt door het bestuursorgaan. Zo betaalt de gemeente het griffierecht terug, als uw beroep tegen een besluit van het college van burgemeester & wethouders gegrond wordt verklaard.
Ja, als u een beroepszaak begint tegen een besluit van een bestuursorgaan en intussen komt het bestuursorgaan toch tegemoet aan uw bezwaar, dan heeft u recht op vergoeding van het griffierecht. U moet dan zelf een schriftelijk verzoek hiervoor indienen bij het bestuursorgaan.
Het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot het betalen van uw proceskosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die u maakt voor het inschakelen van een professionele rechtsbijstandverlener. Maar het kan ook gaan om reis- en verblijfskosten, verletkosten, en bijvoorbeeld kosten van internationale telefoongesprekken.
Als uw beroep gegrond wordt verklaard, kunt u de rechtbank vragen u een schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank kan u alleen een schadevergoeding toekennen als is voldaan aan de volgende voorwaarden: - u hebt uitdrukkelijk om een schadevergoeding gevraagd; - het besluit van het bestuursorgaan wordt geheel of gedeeltelijk vernietigd; - u hebt als gevolg van het vernietigde besluit schade geleden; - het bestuursorgaan is daarvoor aansprakelijk. Soms staat de hoogte van de geleden schade al vast op het moment van de uitspraak. Als dat zo is, kan de rechter het bedrag van de schadevergoeding in de uitspraak opnemen.
Ondanks dat u bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld, kan het bestuursorgaan zijn besluit in principe toch uitvoeren. Uw bezwaar of beroep heeft namelijk in het algemeen geen 'schorsende werking'. Wilt u bereiken dat het besluit waarmee u het niet eens bent, voorlopig niet mag worden uitgevoerd? Dan kunt u de president van de rechtbank vragen een voorlopige voorziening te treffen door dit besluit te schorsen. Een voorlopige voorziening kunt u ook vragen als uw aanvraag is geweigerd en u er groot belang bij heeft snel te weten of die weigering terecht is. Een voorlopige voorziening kan alleen worden gevraagd als er bezwaar is gemaakt, of beroep is ingesteld. Verder geldt dat er een spoedeisend belang moet zijn. Op een verzoek om een voorlopige voorziening wordt snel beslist, meestal binnen enkele weken, maar bij grote spoed ook wel binnen enkele dagen of uren. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening moet griffierecht worden betaald.
Als uw zaak spoedeisend is, kan de rechtbank beslissen uw zaak versneld te behandelen. Dit betekent dat termijnen binnen de procedure worden ingekort om sneller tot de zitting en de uitspraak te komen. U kunt om een versnelde behandeling vragen. U moet daarbij dan wel aangeven waarom u vindt dat uw zaak versneld, dus met voorrang moet worden behandeld. Ook het bestuursorgaan kan om versnelde behandeling vragen. Bij een versnelde behandeling wordt de zaak zelf dus in zijn geheel snel behandeld. Bij een voorlopige voorziening wordt snel beslist over een onderwerp, maar de gewone rechtszaak loopt met de gebruikelijke termijnen door.
U moet eerst bezwaar indienen bij de belastinginspecteur. Bent u het niet eens met de beslissing op uw bezwaar, dan kunt u in beroep bij de belastingkamer van de rechtbank Arnhem, Breda, Den Haag, Haarlem of Leeuwarden. Op (de achterzijde van) de uitspraak op het bezwaarschrift staat bijna altijd vermeld bij welke rechtbank u beroep kunt instellen.
Dat is inderdaad mogelijk. Het slachtoffer kan via de officier van justitie een vordering tot schadevergoeding indienen en de verdachte kan worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding. Als die vordering tot schadevergoeding te ingewikkeld is, kan het nodig zijn om een civiele procedure te starten. Slachtoffers van geweldsmisdrijven kunnen ook een beroep doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Met een eenmalige uitkering wil het fonds deze slachtoffers een steuntje in de rug bieden.
Een boete is eigenlijk een transactievoorstel van de officier van justitie. Als u de boete betaalt, ziet de officier af van verdere strafvervolging. Daar komt dus geen rechter aan te pas. Als u de zaak laat voorkomen, kan de rechter hetzelfde bedrag als boete opleggen, maar ook een hogere of lagere boete opleggen. De rechter laat in zijn beslissing verscheidene factoren meewegen, die per zaak kunnen verschillen. Het is in zijn algemeenheid dus niet te zeggen of u beter het transactievoorstel kunt betalen of de zaak beter kunt laten voorkomen bij de rechter. Als het tot een veroordeling komt, kan het zijn dat daarvan aantekening wordt gemaakt in de justitiële documentatie.
In bepaalde gevallen kunnen de politie en de officier van justitie de zaak zelf afhandelen. De officier van justitie kan bijvoorbeeld iemand een transactie aanbieden. Gaat de verdachte hierop in, dan betaalt hij een bepaald geldbedrag en is hij van de zaak af. Ernstige misdrijven zal de officier van justitie altijd aanbrengen bij de rechter.
Ja, u moet als getuige altijd verschijnen. Dat kan bij een verhoor door de onderzoeksrechter, de rechter-commissaris. Maar ook bij de rechtszitting. In beide gevallen wordt u onder ede gehoord en bent u verplicht de waarheid te spreken.
Dat kan. U kunt bijvoorbeeld een klacht indienen als u vindt dat het gerecht of iemand die daar werkt u niet correct heeft behandeld. Dat kan het geval zijn als u te lang moet wachten op beantwoording van uw brief of afhandeling van uw zaak. Of als u van mening bent dat u niet correct te woord bent gestaan door personen die werken bij het gerecht. Het kan ook zijn dat u klachten heeft over de bereikbaarheid van het gerecht of de medewerkers. Als u het niet eens bent met een uitspraak van de rechter kunt u daarover geen klacht indienen. Meestal kunt u daartegen in beroep gaan bij een 'hogere' rechter.
In Nederland heeft iedere rechtzoekende burger recht op een onpartijdige rechter. Dat is geregeld in het Europees verdrag voor de rechten van de mens en ook in verschillende wetten vastgelegd. Een rechtzoekende (een partij) die goede redenen heeft om te denken dat een rechter een zaak niet onpartijdig kan beoordelen, kan verzoeken deze rechter te vervangen. Zo'n verzoek wordt een verzoek tot wraking genoemd. Zo'n verzoek wordt toegewezen als er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Voor het strafrecht is dat artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), voor het civiel recht artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en voor het bestuursrecht artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek tot wraking kan zich niet richten op de betrokken griffier of officier van justitie in de zitting. Wel kan een rechter-commissaris in strafzaken of insolenties (faillissementszaken) worden gewraakt. Bron: www.rechtspraak.nl
Dat kunt u zowel mondeling als schriftelijk doen. Schriftelijk voor aanvang van de zitting De rechtzoekende geeft op basis van argumenten aan dat hij de rechter partijdig vindt en deze wil wraken. Mondeling ter zitting De rechtzoekende licht het verzoek toe en vraagt het verzoek in het verslag van de zitting (het proces-verbaal (rechtbank, sector kanton)) te vermelden. Dit kan zowel bij aanvang van de zitting als tijdens de zitting gedaan worden. Schriftelijk na de zitting De rechtzoekende geeft op basis van argumenten aan dat hij de rechter op zitting partijdig vond en deze alsnog wil wraken. Een verzoek tot wraking kan niet worden ingediend nadat er uitspraak is gedaan. Bron: www.rechtspraak.nl
De betrokken rechter kan zich bij het verzoek neerleggen en zich laten vervangen door een andere rechter. De rechter berust dan in de wraking en schorst de zitting. Mocht er direct een vervanger beschikbaar zijn dan kan de zaak doorgaan. Zo niet, dan wordt de zaak naar een andere datum verplaatst. Een rechter die vindt dat hij onpartijdig is in deze zaak, zal de zitting schorsen. In dat geval zal het verzoek worden beoordeeld door drie andere rechters, die samen de zogenoemde "wrakingskamer" vormen. Bron: www.rechtspraak.nl
De leden van de wrakingskamer worden door het gerechtsbestuur aangewezen uit de rechters van de rechtbank, die de zaak behandelt, waarin het wrakingsverzoek werd gedaan. De wrakingskamer wordt bijeen geroepen door de president, of zijn/haar plaatsvervanger. Het gerechtsbestuur kan een vaste wrakingskamer aanstellen. Dat betekent dat voor een bepaalde periode dezelfde drie rechters steeds alle wrakingverzoeken behandelen. De wrakingskamer wordt ondersteund door een griffier. Bron: www.rechtspraak.nl
Het verzoek wordt voorgelegd aan de president van de rechtbank of zijn/haar plaatsvervanger. Die bekijkt of het verzoek op de juiste argumenten berust. Dit moeten uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter ten opzichte van een rechtzoekende een vooroordeel heeft, althans die vrees gerechtvaardigd is. Oordeelt de president dat op zichzelf de mogelijk tot wraking leidende argumenten zijn aangevoerd dan roept hij de wrakingskamer bijeen. Voldoen de argumenten niet aan de criteria van de wetsartikelen, dan kan de verzoeker in zijn verzoek "niet worden ontvangen" en de verzoeker zal in dat geval dan ook direct niet-ontvankelijk worden verklaard. De "wrakende partij" wordt hiervan op de hoogte gesteld en de zitting kan mogelijk direct doorgaan of op een latere datum. Het komt wel voor dat er eigenlijk geen sprake is van een wrakingsverzoek, maar dat het in wezen gaat om een klacht. In dat geval zal de verzoeker daarop worden gewezen en kan hij besluiten of hij inderdaad een klacht wil indienen. Bron: www.rechtspraak.nl
De zitting van de wrakingskamer is in beginsel openbaar. Voor bestuursrechtelijke en civiele zaken is dit vastgelegd in de artikelen (8:26 Awb respectievelijk 27 Rv). In strafzaken is geen behandeling ter openbare zitting voorgeschreven (artikel 515 Sv). Bij de meeste rechtbanken geldt dan als het uitgangspunt: een tijdens een openbare zitting ingediend wrakingsverzoek wordt in het openbaar behandeld en omgekeerd; een tijdens een besloten zitting ingediend verzoek, wordt behandeld op een besloten zitting. Bron: www.rechtspraak.nl
De wrakingskamer nodigt de persoon die wraakt en de betreffende rechter(s) uit op een zitting. Als er nog meer personen bij de zaak betrokken zijn, zoals een wederpartij, worden zij als toehoorder bij de wrakingszitting uitgenodigd. De wrakingskamer kan ook aan hen vragen stellen. Alle betrokkenen kunnen hun standpunten toelichten. De betrokken rechter is niet verplicht te verschijnen. Hij kan schriftelijk zijn standpunt toelichten. Aan het einde van de zitting deelt de voorzitter van de wrakingskamer mee wanneer de uitspraak wordt gedaan. De uitspraak wordt in een beschikking vastgelegd. Bron: www.rechtspraak.nl
De wrakingskamer doet schriftelijk en gemotiveerd z.s.m. maar uiterlijk binnen twee weken uitspraak. De beschikking wordt aan alle personen toegezonden, die bij de zaak betrokken zijn.. Regelmatig worden uitspraken van de wrakingskamer op deze site gepubliceerd. Bron: www.rechtspraak.nl
De wrakende partij moet zich bij de uitspraak neerleggen. De behandeling van de zaak zal worden voortgezet. Wel kan in hoger beroep bij het hof of in cassatie bij de Hoge Raad de onpartijdigheid van de rechter opnieuw worden getoetst. Bron: www.rechtspraak.nl
Ja, een rechter kan in verschillende rechtszaken worden gewraakt. Ook in dezelfde zaak kan dit meerdere malen gebeuren, maar dan zal het moeten gaan om andere feiten en omstandigheden die pas later bekend zijn geworden. Wraking mag echter geen middel zijn om het verloop van rechtszaken te rekken. Bron: www.rechtspraak.nl
Regelmatig worden uitspraken van wrakingskamers op deze site gepubliceerd, soms in een wrakingdossier. Alle gerechten hebben een Wrakingsprotocol. Je kunt dit protocol vinden onder de reglementen van elk individueel gerecht. Alle gerechten stellen jaarlijks een Jaarverslag Wrakingen op. Hierin kunt u lezen hoe vaak er wordt gewraakt en welke uitspraken de wrakingskamer heeft gedaan. Bron: www.rechtspraak.nl
Kijk in de databank op Rechtspraak.nl. Als de uitspraak niet is opgenomen in de databank, kunt u de rechtbank (of het gerechtshof) vragen om een afschrift van het vonnis. Om privacy redenen kan de rechtbank beslissen geen inzage te geven.
Via de informatiedienst van de overheid (Bel 1400), kunt u vragen voorleggen.
Kijk op www.om.nl, de site van het Openbaar Ministerie.
Kijk op www.cjd.nl, de site van de Justitiële Informatiedienst van het Ministerie van Justitie.

Uitspraken

Dat verschilt per soort zaak. Na de behandeling van een civiel kort geding doet de rechter over het algemeen binnen veertien dagen uitspraak. Maar als het nodig is, doet de kort geding rechter onmiddellijk na behandeling van de zaak een uitspraak. De civiele bodemprocedure vergt meer tijd. Het streven is om binnen vier weken (kanton) of zes weken (rechtbank) na het sluiten van de behandeling vonnis te wijzen. Bij strafzaken wordt uiterlijk veertien dagen na de behandeling van de zaak uitspraak gedaan. De politierechter doet in de regel meteen na behandeling van de zaak een mondelinge uitspraak. De bestuursrechter moet binnen zes weken na behandeling van de zaak een schriftelijke uitspraak doen. Soms doet de rechter meteen mondeling uitspraak. In bepaalde gevallen is een versnelde behandeling van een bestuurszaak mogelijk, en de rechter zal dan ook sneller uitspraak doen. Bij een voorlopige voorziening, het kort geding in het bestuursrecht, wordt binnen enkele weken beslist. Maar als het nodig is, kan het ook binnen enkele uren.

Hoger beroep

Als u het niet eens bent met de beslissing van de kantonrechter kunt u in bepaalde gevallen in hoger beroep gaan bij het gerechtshof. Bij geldvorderingen moet het dan wel om een bedrag van minimaal € 1.750,- gaan. Hiervoor geldt in het algemeen een termijn van drie maanden. U heeft hiervoor altijd een advocaat nodig.
U kunt beroep instellen bij de sector bestuursrecht van de arrondissementsrechtbank. Er zijn negentien rechtbanken verspreid over Nederland. U gaat in beroep bij de rechtbank van het gebied waarin uw woonplaats ligt. Het bestuursorgaan dat een besluit heeft genomen, is verplicht te vermelden of tegen het besluit beroep mogelijk is en bij welke rechter u moet zijn.
Betreft het een zaak over de sociale zekerheid of een ambtenarenkwestie, dan kunt u in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht. In andere gevallen kunt u in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag. Onder de uitspraak van de rechtbank staat vermeld of u in hoger beroep kunt en bij welke hogerberoepsrechter u moet zijn.
Is er in hoger beroep een uitspraak geweest, dan bestaat er geen mogelijkheid om de zaak inhoudelijk door een andere rechter te laten behandelen. Wel is het mogelijk om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad. De Hoge Raad is ons hoogste rechtscollege. De Hoge Raad bekijkt alleen of het gerecht dat de beslissing heeft genomen het recht juist heeft toegepast en of er aan alle vormvoorschriften is voldaan die de wet oplegt. De Hoge Raad behandelt (de feiten van) de zaak dus niet opnieuw. Als de Hoge Raad vindt dat het recht niet goed is toegepast en/of dat niet aan alle vormvoorschriften is voldaan, dan verwijst de Hoge Raad de zaak terug naar de rechter. Die rechter moet dan rekening houden met het oordeel van de Hoge Raad.

Geschillen met de overheid

Nee, u moet eerst een bezwaarschrift indienen bij de gemeente. De gemeente moet dan een beslissing nemen op uw bezwaarschrift. Als voor u de 'beslissing op het bezwaar' negatief is, is het mogelijk om bij de bestuursrechter in beroep te gaan. De bestuursrechter kijkt of de gemeente een juridisch juiste beslissing heeft genomen. Soms kunt u het bezwaarschrift overslaan en rechtstreeks in beroep gaan bij de rechter, bijvoorbeeld bij besluiten waarbij een openbare voorbereidingsprocedure heeft plaatsgevonden.
Deze vraag is niet eenvoudig te beantwoorden. Er zijn verschillende mogelijkheden die afhankelijk zijn van de feiten. Soms kan een schadeclaim worden ingediend bij het bestuursorgaan. Als het overheidsorgaan beslist om de schade niet te vergoeden, kunt u een bezwaarschrift tegen die beslissing indienen bij het overheidsorgaan. Als ook op dit bezwaarschrift een voor u negatieve beslissing valt, kunt in beroep gaan bij de bestuursrechter.
Nee, u kunt niet tegen iedere handeling van een overheidsorgaan in beroep gaan. Het openbreken van een weg is een feitelijke handeling, waaraan geen besluit ten grondslag ligt. U kunt alleen bezwaar maken en later in beroep gaan tegen besluiten.
U kunt alleen schriftelijk bezwaar maken. U doet dat door het indienen van een bezwaarschrift. Daar moet het volgende in staan: - uw naam en adres - de datum - een omschrijving van het besluit waartegen u bezwaar maakt - de reden waarom u het niet eens bent met het besluit - handtekening. Als het bezwaarschrift niet aan deze eisen voldoet, kan uw bezwaar niet-ontvankelijk worden verklaard. Het bestuursorgaan komt dan niet aan een inhoudelijke beoordeling van uw bezwaren toe. Het bestuursorgaan moet u wel in de gelegenheid stellen een onvolledigheid in uw bezwaarschrift te herstellen.
U gaat in beroep bij de arrondissementsrechtbank, sector bestuursrecht. Er zijn negentien rechtbanken verspreid over Nederland. U gaat in beroep bij de rechtbank van het gebied waarin uw woonplaats ligt. Het bestuursorgaan dat een besluit heeft genomen is verplicht te vermelden of tegen het besluit beroep mogelijk is en bij welke rechter u moet zijn.De overheid kan ook (civielrechtelijk) aansprakelijk worden gesteld. Afhankelijk van de hoogte van de vordering kan een vordering worden ingesteld bij de kantonrechter (rechtbank, sector kanton)(tot € 25.000) of bij de sector civiel van de rechtbank (vanaf € 25.000).
In de Wet op de rechterlijke indeling staan per arrondissement alle gemeenten opgesomd. De wet kunt u zelf nalezen op de site www.overheid.nl , via de link ëwet- en regelgevingí.
Voor het indienen van een beroepschrift geldt een termijn van zes weken. Wanneer u uw beroepschrift niet binnen deze termijn indient, kan uw beroep niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank komt dan niet aan een inhoudelijke beoordeling van uw standpunt toe. De zes weken termijn geldt niet bij beroep tegen het niet of niet tijdig beslissen op een bezwaarschrift.
Het beroep is niet kosteloos. U moet een bijdrage in de kosten van de rechtspraak betalen. Deze bijdrage wordt griffierecht genoemd. Nadat u een beroepschrift hebt ingediend, stuurt de griffier van de rechtbank u of uw advocaat een rekening voor het griffierecht. Als u het griffierecht niet betaalt, of niet tijdig betaalt, loopt u het risico dat de rechtbank uw zaak niet inhoudelijk zal behandelen.
U kunt in beroepszaken voor de bestuursrechter zelf procederen. U kunt zich echter ook laten vertegenwoordigen door een ander. Deze treedt dan als uw gemachtigde op. Bij het instellen van beroep dient een gemachtigde een volmacht over te leggen waaruit blijkt dat hij gerechtigd is voor u beroep in te stellen. Dat hoeft niet als hij een advocaat is. Onder professionele gemachtigden vallen vakbondsjuristen, advocaten, juristen van het Bureau Rechtshulp, een juridisch adviesbureau en een rechtsbijstandverzekeraar.
Als de rechter uw beroep gegrond verklaart, wordt het griffierecht dat u aan het begin van de procedure heeft betaald, aan u vergoed. Dat gebeurt door het bestuursorgaan. Zo betaalt de gemeente het griffierecht terug, als uw beroep tegen een besluit van het college van burgemeester & wethouders gegrond wordt verklaard.
Ja, als u een beroepszaak begint tegen een besluit van een bestuursorgaan en intussen komt het bestuursorgaan toch tegemoet aan uw bezwaar, dan heeft u recht op vergoeding van het griffierecht. U moet dan zelf een schriftelijk verzoek hiervoor indienen bij het bestuursorgaan.
Het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot het betalen van uw proceskosten. Dit zijn bijvoorbeeld de kosten die u maakt voor het inschakelen van een professionele rechtsbijstandverlener. Maar het kan ook gaan om reis- en verblijfskosten, verletkosten, en bijvoorbeeld kosten van internationale telefoongesprekken.
Als uw beroep gegrond wordt verklaard, kunt u de rechtbank vragen u een schadevergoeding toe te kennen. De rechtbank kan u alleen een schadevergoeding toekennen als is voldaan aan de volgende voorwaarden: - u hebt uitdrukkelijk om een schadevergoeding gevraagd; - het besluit van het bestuursorgaan wordt geheel of gedeeltelijk vernietigd; - u hebt als gevolg van het vernietigde besluit schade geleden; - het bestuursorgaan is daarvoor aansprakelijk. Soms staat de hoogte van de geleden schade al vast op het moment van de uitspraak. Als dat zo is, kan de rechter het bedrag van de schadevergoeding in de uitspraak opnemen.
Ondanks dat u bezwaar heeft gemaakt of beroep heeft ingesteld, kan het bestuursorgaan zijn besluit in principe toch uitvoeren. Uw bezwaar of beroep heeft namelijk in het algemeen geen 'schorsende werking'. Wilt u bereiken dat het besluit waarmee u het niet eens bent, voorlopig niet mag worden uitgevoerd? Dan kunt u de president van de rechtbank vragen een voorlopige voorziening te treffen door dit besluit te schorsen. Een voorlopige voorziening kunt u ook vragen als uw aanvraag is geweigerd en u er groot belang bij heeft snel te weten of die weigering terecht is. Een voorlopige voorziening kan alleen worden gevraagd als er bezwaar is gemaakt, of beroep is ingesteld. Verder geldt dat er een spoedeisend belang moet zijn. Op een verzoek om een voorlopige voorziening wordt snel beslist, meestal binnen enkele weken, maar bij grote spoed ook wel binnen enkele dagen of uren. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening moet griffierecht worden betaald.
Als uw zaak spoedeisend is, kan de rechtbank beslissen uw zaak versneld te behandelen. Dit betekent dat termijnen binnen de procedure worden ingekort om sneller tot de zitting en de uitspraak te komen. U kunt om een versnelde behandeling vragen. U moet daarbij dan wel aangeven waarom u vindt dat uw zaak versneld, dus met voorrang moet worden behandeld. Ook het bestuursorgaan kan om versnelde behandeling vragen. Bij een versnelde behandeling wordt de zaak zelf dus in zijn geheel snel behandeld. Bij een voorlopige voorziening wordt snel beslist over een onderwerp, maar de gewone rechtszaak loopt met de gebruikelijke termijnen door.

Belastingvragen

U moet eerst bezwaar indienen bij de belastinginspecteur. Bent u het niet eens met de beslissing op uw bezwaar, dan kunt u in beroep bij de belastingkamer van de rechtbank Arnhem, Breda, Den Haag, Haarlem of Leeuwarden. Op (de achterzijde van) de uitspraak op het bezwaarschrift staat bijna altijd vermeld bij welke rechtbank u beroep kunt instellen.

Strafzaken

Dat is inderdaad mogelijk. Het slachtoffer kan via de officier van justitie een vordering tot schadevergoeding indienen en de verdachte kan worden veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding. Als die vordering tot schadevergoeding te ingewikkeld is, kan het nodig zijn om een civiele procedure te starten. Slachtoffers van geweldsmisdrijven kunnen ook een beroep doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Met een eenmalige uitkering wil het fonds deze slachtoffers een steuntje in de rug bieden.
Een boete is eigenlijk een transactievoorstel van de officier van justitie. Als u de boete betaalt, ziet de officier af van verdere strafvervolging. Daar komt dus geen rechter aan te pas. Als u de zaak laat voorkomen, kan de rechter hetzelfde bedrag als boete opleggen, maar ook een hogere of lagere boete opleggen. De rechter laat in zijn beslissing verscheidene factoren meewegen, die per zaak kunnen verschillen. Het is in zijn algemeenheid dus niet te zeggen of u beter het transactievoorstel kunt betalen of de zaak beter kunt laten voorkomen bij de rechter. Als het tot een veroordeling komt, kan het zijn dat daarvan aantekening wordt gemaakt in de justitiÎle documentatie.
In bepaalde gevallen kunnen de politie en de officier van justitie de zaak zelf afhandelen. De officier van justitie kan bijvoorbeeld iemand een transactie aanbieden. Gaat de verdachte hierop in, dan betaalt hij een bepaald geldbedrag en is hij van de zaak af. Ernstige misdrijven zal de officier van justitie altijd aanbrengen bij de rechter.
Ja, u moet als getuige altijd verschijnen. Dat kan bij een verhoor door de onderzoeksrechter, de rechter-commissaris. Maar ook bij de rechtszitting. In beide gevallen wordt u onder ede gehoord en bent u verplicht de waarheid te spreken.

Klachten

Dat kan. U kunt bijvoorbeeld een klacht indienen als u vindt dat het gerecht of iemand die daar werkt u niet correct heeft behandeld. Dat kan het geval zijn als u te lang moet wachten op beantwoording van uw brief of afhandeling van uw zaak. Of als u van mening bent dat u niet correct te woord bent gestaan door personen die werken bij het gerecht. Het kan ook zijn dat u klachten heeft over de bereikbaarheid van het gerecht of de medewerkers. Als u het niet eens bent met een uitspraak van de rechter kunt u daarover geen klacht indienen. Meestal kunt u daartegen in beroep gaan bij een 'hogere' rechter.

Wraking

In Nederland heeft iedere rechtzoekende burger recht op een onpartijdige rechter. Dat is geregeld in het Europees verdrag voor de rechten van de mens en ook in verschillende wetten vastgelegd. Een rechtzoekende (een partij) die goede redenen heeft om te denken dat een rechter een zaak niet onpartijdig kan beoordelen, kan verzoeken deze rechter te vervangen. Zo'n verzoek wordt een verzoek tot wraking genoemd. Zo'n verzoek wordt toegewezen als er sprake is van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Voor het strafrecht is dat artikel 512 van het Wetboek van Strafvordering (Sv), voor het civiel recht artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en voor het bestuursrecht artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het verzoek tot wraking kan zich niet richten op de betrokken griffier of officier van justitie in de zitting. Wel kan een rechter-commissaris in strafzaken of insolenties (faillissementszaken) worden gewraakt. Bron: www.rechtspraak.nl
Dat kunt u zowel mondeling als schriftelijk doen. Schriftelijk voor aanvang van de zitting De rechtzoekende geeft op basis van argumenten aan dat hij de rechter partijdig vindt en deze wil wraken. Mondeling ter zitting De rechtzoekende licht het verzoek toe en vraagt het verzoek in het verslag van de zitting (het procesverbaal(rechtbank, sector kanton)) te vermelden. Dit kan zowel bij aanvang van de zitting als tijdens de zitting gedaan worden. Schriftelijk na de zitting De rechtzoekende geeft op basis van argumenten aan dat hij de rechter op zitting partijdig vond en deze alsnog wil wraken. Een verzoek tot wraking kan niet worden ingediend nadat er uitspraak is gedaan. Bron: www.rechtspraak.nl
Een verzoek kan alleen gedaan worden door degenen die in de zaak zijn betrokken. Dat kunnen zijn: een partij of een verdachte en hun advocaat of gemachtigde. De partij of verdachte kan het zelf doen of door zijn advocaat of gemachtigde, namens hem/haar, laten doen. Bron: www.rechtspraak.nl
De betrokken rechter kan zich bij het verzoek neerleggen en zich laten vervangen door een andere rechter. De rechter berust dan in de wraking en schorst de zitting. Mocht er direct een vervanger beschikbaar zijn dan kan de zaak doorgaan. Zo niet, dan wordt de zaak naar een andere datum verplaatst. Een rechter die vindt dat hij onpartijdig is in deze zaak, zal de zitting schorsen. In dat geval zal het verzoek worden beoordeeld door drie andere rechters, die samen de zogenoemde "wrakingskamer" vormen. Bron: www.rechtspraak.nl
De leden van de wrakingskamer worden door het gerechtsbestuur aangewezen uit de rechters van de rechtbank, die de zaak behandelt, waarin het wrakingsverzoek werd gedaan. De wrakingskamer wordt bijeen geroepen door de president, of zijn/haar plaatsvervanger. Het gerechtsbestuur kan een vaste wrakingskamer aanstellen. Dat betekent dat voor een bepaalde periode dezelfde drie rechters steeds alle wrakingverzoeken behandelen. De wrakingskamer wordt ondersteund door een griffier. Bron: www.rechtspraak.nl
Het verzoek wordt voorgelegd aan de president van de rechtbank of zijn/haar plaatsvervanger. Die bekijkt of het verzoek op de juiste argumenten berust. Dit moeten uitzonderlijke omstandigheden zijn die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter ten opzichte van een rechtzoekende een vooroordeel heeft, althans die vrees gerechtvaardigd is. Oordeelt de president dat op zichzelf de mogelijk tot wraking leidende argumenten zijn aangevoerd dan roept hij de wrakingskamer bijeen. Voldoen de argumenten niet aan de criteria van de wetsartikelen, dan kan de verzoeker in zijn verzoek "niet worden ontvangen" en de verzoeker zal in dat geval dan ook direct niet-ontvankelijk worden verklaard. De "wrakende partij" wordt hiervan op de hoogte gesteld en de zitting kan mogelijk direct doorgaan of op een latere datum. Het komt wel voor dat er eigenlijk geen sprake is van een wrakingsverzoek, maar dat het in wezen gaat om een klacht. In dat geval zal de verzoeker daarop worden gewezen en kan hij besluiten of hij inderdaad een klacht wil indienen. Bron: www.rechtspraak.nl
De zitting van de wrakingskamer is in beginsel openbaar. Voor bestuursrechtelijke en civiele zaken is dit vastgelegd in de artikelen (8:26 Awb respectievelijk 27 Rv). In strafzaken is geen behandeling ter openbare zitting voorgeschreven (artikel 515 Sv). Bij de meeste rechtbanken geldt dan als het uitgangspunt: een tijdens een openbare zitting ingediend wrakingsverzoek wordt in het openbaar behandeld en omgekeerd; een tijdens een besloten zitting ingediend verzoek, wordt behandeld op een besloten zitting. Bron: www.rechtspraak.nl
De wrakingskamer nodigt de persoon die wraakt en de betreffende rechter(s) uit op een zitting. Als er nog meer personen bij de zaak betrokken zijn, zoals een wederpartij, worden zij als toehoorder bij de wrakingszitting uitgenodigd. De wrakingskamer kan ook aan hen vragen stellen. Alle betrokkenen kunnen hun standpunten toelichten. De betrokken rechter is niet verplicht te verschijnen. Hij kan schriftelijk zijn standpunt toelichten. Aan het einde van de zitting deelt de voorzitter van de wrakingskamer mee wanneer de uitspraak wordt gedaan. De uitspraak wordt in een beschikking vastgelegd. Bron: www.rechtspraak.nl
De wrakingskamer doet schriftelijk en gemotiveerd z.s.m. maar uiterlijk binnen twee weken uitspraak. De beschikking wordt aan alle personen toegezonden, die bij de zaak betrokken zijn.. Regelmatig worden uitspraken van de wrakingskamer op deze site gepubliceerd. Bron: www.rechtspraak.nl
De wrakende partij moet zich bij de uitspraak neerleggen. De behandeling van de zaak zal worden voortgezet. Wel kan in hoger beroep bij het hof of in cassatie bij de Hoge Raad de onpartijdigheid van de rechter opnieuw worden getoetst. Bron: www.rechtspraak.nl
Ja, een rechter kan in verschillende rechtszaken worden gewraakt. Ook in dezelfde zaak kan dit meerdere malen gebeuren, maar dan zal het moeten gaan om andere feiten en omstandigheden die pas later bekend zijn geworden. Wraking mag echter geen middel zijn om het verloop van rechtszaken te rekken. Bron: www.rechtspraak.nl
Regelmatig worden uitspraken van wrakingskamers op deze site gepubliceerd, soms in een wrakingdossier. Alle gerechten hebben een Wrakingsprotocol. Je kunt dit protocol vinden onder de reglementen van elk individueel gerecht. Alle gerechten stellen jaarlijks een Jaarverslag Wrakingen op. Hierin kunt u lezen hoe vaak er wordt gewraakt en welke uitspraken de wrakingskamer heeft gedaan. Bron: www.rechtspraak.nl

Overig

Kijk in de databank op Rechtspraak.nl. Als de uitspraak niet is opgenomen in de databank, kunt u de rechtbank (of het gerechtshof) vragen om een afschrift van het vonnis. Om privacyredenen kan de rechtbank beslissen geen inzage te geven.
Via de informatiedienst van de overheid (Bel 1400), kunt u vragen voorleggen.
Kijk op www.om.nl, de site van het Openbaar Ministerie.
Kijk op www.cjd.nl, de site van de Justitiële Informatiedienst van het Ministerie van Justitie.
Snelle scan, second opinion,
beoordeling van uw zaak of een andere vraag?
Neem vrijblijvend contact met ons op

Klik binnen onze kennisdatabank

aansprakelijkheid agentuurovereenkomst algemene voorwaarden alimentatie ambtenarenrecht - ontslag ambtenaar ambtenarenrecht advocaten utrecht appartementsrecht appartementsrecht - VvE (vereniging van eigenaren) arbeidsovereenkomst arbeidsovereenkomst Arbeidsrecht advocaten auteursrecht advocaat beroepsaansprakelijkheid bestuur bestuurdersaansprakelijkheid billijke vergoeding bouwrecht burengeschil burgerlijk procesrecht Collectief ontslag consumentenkoop consumentenrecht echtscheiding echtscheiding advocaten erkenning faillissementsrecht franchise advocaten utrecht gemeenschap gemeenschap van goederen gezag grievend gedrag handelsnaam hulp bij Scheiding huurrecht huurrecht huwelijkse voorwaarden hypotheeklasten Incasso kennelijk onredelijk ontslag kennelijk onredelijk ontslag advocaten Utrecht kinderalimentatie levensonderhoud lotsverbondenheid mededelingsplicht mediation merkenrecht Merkenrecht - handelnaamrecht niet-wijzigingsbeding non-conformiteit non concurrentiebeding omgangsregeling Ondernemingsrecht Ondernemingsrecht Onrechtmatige daad ontbinding ontbinding arbeidsovereenkomst ontbindingsvergoeding ontslaan werknemer ontslag ontslag advocaat ontslag advocaten ontslag ambtenaar ontslag bedrijfseconomische redenen Ontslag bij reorganisatie ontslag concurrentiebeding ontslag op staande voet ontslag statutair directeur ontslag UWV ontslagvergoeding ONTSLAG via UWV opzeggen vof opzegging opzegging overeenkomst overeenkomst overeenkomsten overeenkomstenrecht overeenkomstenrecht overlijden partneralimentatie personen- en familierecht proces procesrecht advocaten Schadevergoeding schorsing - non-actiefstelling schulden en kinderalimentatie sociaal plan transitievergoeding vastgoed vast goed vast goed advocaten Utrecht vaststellingsovereenkomst verdeling vof wijziging woning woonlasten WWZ zorgplicht zorgplicht bank zorgplicht banken