Gedreven en no-nonsense
Kennis
Kunde
Kwaliteit

Ontslag ambtenaar – voorwaardelijk ontslag ambtenaar – ontslag plichtsverzuim

Ontslag ambtenaar – voorwaardelijk ontslag ambtenaar – ontslag plichtsverzuim. Gedragingen in de privésfeer van een politieambtenaar kunnen een weerslag hebben op het aanzien en op de geloofwaardigheid van de politie als zodanig. Verweerder heeft in voldoende mate rekening gehouden met eisers langdurige, en tot 2008 onberispelijke, staat van dienst, door te volstaan met voorwaardelijk ontslag. Plaatsing in andere functie, bij wijze van ordemaatregel. Beroep, voor zover hiertegen gericht, gegrond. Niet valt in te zien waarom het geschonden vertrouwen in eiser en ook eisers aanzien en gezag na verloop van tijd niet voldoende hersteld zouden kunnen zijn om hem zijn oude functie van projectleider dan wel een functie van vergelijkbaar gewicht weer te laten vervullen. Geen voldoende motivering voor de onbepaalde duur van de verplaatsing.

Hebt u als ambtenaar met betrekking tot een ontslag vragen of behoefte aan direct advies of rechtsbijstand, kunt u altijd direct en kosteloos contact opnemen met ons advocatenkantoor. Dit gaat snel en u krijgt direct een van onze ontslag advocaten aan de telefoon. Bel ons nu voor ontslag op 030 252 35 20. Daarvoor brengen wij u vanzelfsprekend geen kosten in rekening. Een eerste telefonisch advies is altijd kosteloos.

Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD
Sector Bestuursrecht, Meervoudige Kamer
Registratienummer: Awb 09/672

Uitspraak
in het geding tussen:

A,
wonende te B, eiser,
gemachtigde: mr. X,

en

de korpsbeheerder van de Regiopolitie IJsselland,
verweerder.

1.  Procesverloop

Bij besluit van 6 oktober 2008 heeft verweerder aan eiser de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag, als bedoeld in artikel 77, eerste lid, aanhef en onder j, van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp) jo. artikel 78 van het Barp, opgelegd, met een proeftijd van twee jaren, te rekenen vanaf de datum van dit besluit. Tevens heeft verweerder bij dit besluit eiser opgedragen om een andere functie te vervullen dan de functie waarin hij is aangesteld en heeft verweerder eiser geplaatst in de functie van projectmedewerker bij de Centrale Recherche en Ondersteunende Diensten (CROD) te C. Bij brief van 14 november 2008 heeft eiser hiertegen bezwaar gemaakt.
Voorts is, op enig moment in oktober 2008, mondeling aan eiser meegedeeld dat hij niet langer wordt ingezet als tegenspreker en als hulpofficier van justitie.
Bij besluit van 19 maart 2009 heeft verweerder het bezwaar, voor zover gericht tegen het besluit van 6 oktober 2008, ongegrond verklaard. Voor zover het bezwaar zich richt tegen het niet langer inzetten van eiser als tegenspreker en als hulpofficier van justitie heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 28 april 2009 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van 19 maart 2009.
Het beroep is op 2 maart 2010 behandeld ter zitting. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. D.R. Timmer.

2.  Overwegingen

In geding is de vraag of het bestreden besluit in rechte kan worden gehandhaafd.

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden:

Eiser is meer dan 35 jaar werkzaam als politieambtenaar. Eiser was voorheen werkzaam als projectleider bij de projecten “opsporing en vervolging” en “basisvoorziening opsporing”. Begin 2008 was tussen eiser en zijn echtgenote sprake van opgelopen spanningen. Op 2 april 2008 vond tussen eiser en zijn echtgenote een incident plaats. Eiser is door het gerechtshof te Arnhem veroordeeld voor mishandeling van zijn echtgenote, begaan op 2 april 2008. Eiser heeft in deze veroordeling berust.
Op 10 april 2008 heeft eisers echtgenote de echtelijke woning verlaten. Zij is naar een van haar kinderen, in D, gegaan, waar zij onderdak kreeg. Toen eiser hier achter kwam is hij zijn echtgenote achterna gereisd. Eiser heeft, ondanks een uitdrukkelijk verbod van zijn zoon om de woning te betreden en vervolgens de mededeling dat hij de woning diende te verlaten, zichzelf toegang tot de woning verschaft en is naar de logeerkamer gegaan waar zijn echtgenote zich bevond. Eiser probeerde daar met zijn echtgenote in gesprek te komen om haar over te halen met hem mee naar huis te gaan. Omdat eisers zoon en schoondochter de situatie als bedreigend ervoeren, hebben zij de politie gebeld. Eiser is dezelfde nacht aangehouden. Er is afgezien van aangifte wegens huisvredebreuk. Eiser is hiervoor niet strafrechtelijk vervolgd.

Eiser heeft benadrukt dat begin 2008 sprake was van incidenten, dat hij en zijn echtgenote werken aan verbetering van hun relatie en dat zij hierbij professionele hulp krijgen.

Verweerder verwijt eiser dat hij fysiek geweld tegen zijn echtgenote heeft gebruikt en dat hij de woning van zijn zoon is binnengedrongen, ondanks een uitdrukkelijk verbod daartoe.

Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder de gebeurtenissen van 2 april 2008 en van 10 april 2008 niet aan eiser had mogen tegenwerpen, gelet op het privé-karakter van deze gebeurtenissen. Verweerder had de strafvorderlijke gegevens niet in het kader van de disciplinaire procedure tegen eiser mogen gebruiken. Voorts stelt eiser zich op het standpunt dat de opgelegde disciplinaire straf niet evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim waaraan eiser zich schuldig heeft gemaakt.

De rechtbank stelt voorop dat eiser heeft berust in de veroordeling wegens mishandeling. Gelet op de bijzondere bewijskracht van een dergelijke veroordeling staat hiermee in rechte vast dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van zijn echtgenote, op 2 april 2008. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, bij de vaststelling van wat op 10 april 2008 heeft plaatsgevonden, gebruik heeft mogen maken van politiegegevens. De bevoegdheid om ten behoeve van disciplinaire bestraffing wegens plichtsverzuim gebruik te maken van deze gegevens volgt uit het bepaalde in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, sub 2, van de Wet politiegegevens. Een nader tuchtrechtelijk onderzoek naar de feiten was niet nodig. Volstaan kon worden met de gegevens uit het strafrechtelijk onderzoek. Eiser is in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze te geven en om daarin nadere opmerkingen te maken over de feiten. Eiser ontkent niet dat hij op 10 april 2008 tegen de uitdrukkelijke wil van zijn zoon diens woning in Kampen is binnengedrongen.

Aan eiser is de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag, met een proeftijd van twee jaren, opgelegd.

Artikel 76, eerste lid, van het Barp bepaalt dat de ambtenaar die de hem opgelegde verplichtingen niet nakomt of zich overigens aan plichtsverzuim schuldig maakt, disciplinair kan worden gestraft. Ingevolge het tweede lid van artikel 76 van het Barp omvat

plichtsverzuim zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets dat een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen. Artikel 77, eerste lid, aanhef en onder j, van het Barp bepaalt dat tot de straffen die kunnen worden opgelegd de straf van ontslag behoort. Ingevolge artikel 78, eerste lid, van het Barp kan bij het opleggen van een straf worden bepaald dat deze niet ten uitvoer zal worden gelegd, indien de ambtenaar zich gedurende de bij het opleggen van de straf te bepalen termijn niet schuldig maakt aan soortgelijk plichtsverzuim als waarvoor de bestraffing plaatsvindt, noch aan enig ander ernstig plichtsverzuim en zich houdt aan bij het opleggen van de straf eventueel te stellen bijzondere voorwaarden.

De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiser zich, door de gedragingen op 2 april 2008 en op 10 april 2008, niet zo heeft gedragen als een goed ambtenaar in gelijke omstandigheden betaamt. Dat deze gedragingen hebben plaatsgevonden in de privésfeer, buiten de uitoefening van eisers publieke taak als politieambtenaar, doet hieraan niet af. Gedragingen in de privésfeer van een politieambtenaar kunnen immers een weerslag hebben op het aanzien en op de geloofwaardigheid van de politie als zodanig. In dit geval is ook daadwerkelijk door de lokale pers melding gemaakt van wat heeft plaatsgevonden. Eiser heeft zich dan ook schuldig gemaakt aan plichtsverzuim en verweerder was bevoegd om eiser hiervoor disciplinair te straffen.

De rechtbank is van oordeel dat de opgelegde disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag evenredig is aan de ernst van het plichtsverzuim waaraan eiser zich schuldig heeft gemaakt. Verweerder heeft in voldoende mate rekening gehouden met eisers langdurige, en tot 2008 onberispelijke, staat van dienst, door te volstaan met voorwaardelijk ontslag.

Het beroep, voor zover gericht tegen het handhaven van het besluit waarbij aan eiser de disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag is opgelegd, is dan ook ongegrond.

Verweerder heeft voorts besloten om eiser op te dragen een andere functie te vervullen dan de functie van projectleider waarin hij was aangesteld en hem te plaatsen in de functie van projectmedewerker bij de CROD. Eiser verricht in de functie van projectmedewerker bij de CROD onderzoek naar zogeheten “cold cases”.

Het betreft hier een ordemaatregel, gebaseerd op artikel 64 van het Barp, waarin, voor zover hier van belang, is bepaald dat, indien het belang van de dienst dit in bijzondere gevallen vordert, de ambtenaar kan worden verplicht om een andere functie dan de functie waarin hij is aangesteld uit te oefenen, mits dit redelijk is in verband met zijn persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten.

De rechtbank stelt voorop dat artikel 64 van het Barp verweerder een grote beoordelingsruimte laat bij de vaststelling of sprake is van een situatie waarin het belang van de dienst de verplaatsing vordert. Wel dient de besluitvorming, zowel voor wat betreft de ontheffing uit de bestaande functie als voor wat betreft de benoeming in een andere functie, te voldoen aan de wettelijke eisen van een zorgvuldige voorbereiding en belangenafweging en dient het besluit voorts te berusten op een deugdelijke motivering.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt dat eiser na de gebeurtenissen in april 2008 niet kon worden gehandhaafd in zijn oude functie van projectleider. De functie van projectleider is een leidinggevende functie, waarin eiser zowel intern als extern optrad als vertegenwoordiger van het korps. Aan een ambtenaar die deze functie vervult mogen hoge eiser worden gesteld. Zoals ter zitting nader is toegelicht door verweerder was binnen de politieorganisatie bovendien enige commotie ontstaan toen bekend was geworden dat eiser vervolgd werd wegens het plegen van een strafbaar feit, waardoor in 2008 onvoldoende draagvlak aanwezig was om eiser nog langer in te zetten als projectleider.

Naar het oordeel van de rechtbank kon onder deze omstandigheden worden gesproken van een bijzonder geval als bedoeld in artikel 64 van het Barp, waarin het belang van de dienst verplaatsing van eiser vorderde.

De rechtbank is echter ook van oordeel dat de omstandigheid dat in 2008 onvoldoende draagvlak aanwezig was om eiser nog langer in te zetten als projectleider niet behoeft te betekenen dat eiser voor onbepaalde duur in een andere functie diende te worden geplaatst. Niet valt in te zien waarom het geschonden vertrouwen in eiser en ook eisers aanzien en gezag na verloop van tijd niet voldoende hersteld zouden kunnen zijn om hem zijn oude functie van projectleider dan wel een functie van vergelijkbaar gewicht weer te laten vervullen. Eiser heeft een uitstekende staat van dienst en er hebben zich nooit eerder incidenten als die in april 2008 voorgedaan.

De rechtbank stelt vast dat de bezwarenadviescommissie in haar advies van 18 februari 2009 heeft overwogen dat het voor zich spreekt dat aan de nieuwe functie, mede gelet op het spoedeisende karakter van de ordemaatregel, niet al te hoge eisen konden worden gesteld en dat er dus geen sprake was van een kennelijk onredelijke verplaatsing. Dit mag zo zijn, bezien naar de situatie in oktober 2008, maar vormt naar het oordeel van de rechtbank geen voldoende motivering voor de onbepaalde duur van de verplaatsing. Dit klemt temeer nu noch uit de gedingstukken noch uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat zorgvuldig is onderzocht of voor eiser wél een aan zijn oude functie gelijkwaardige andere functie kon worden gevonden.

De rechtbank is dan ook tot de conclusie gekomen dat een deugdelijke onderbouwing van verweerders kennelijke standpunt dat overplaatsing voor onbepaalde duur redelijk is in verband met eisers persoonlijkheid, omstandigheden en vooruitzichten ontbreekt. Naar haar oordeel zou een verplaatsing voor de duur van uiterlijk twee jaar na het besluit in eerste aanleg onder de specifieke omstandigheden van het onderhavige geval als redelijk zijn aan te merken.

Het beroep, voor zover gericht tegen verweerders besluit om het besluit te handhaven, waarbij eiser is opgedragen om een andere functie te vervullen dan de functie waarin hij is aangesteld en om hem te plaatsen in de functie van projectmedewerker bij de CROD, is dan ook gegrond en dient in zoverre te worden vernietigd.

Verweerder zal zich vanaf de datum van deze uitspraak van de rechtbank extra dienen in te spannen om eiser binnen het tijdsbestek van zes maanden in zijn oude functie dan wel een functie op het niveau van zijn oude functie te herplaatsen.

Eiser heeft tevens beroepsgronden aangevoerd die zich richten tegen het ontnemen van zijn taken als tegenspreker en als hulpofficier van justitie.

De rechtbank is, anders dan verweerder, van oordeel dat het ontnemen van deze taken een handeling ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, als bedoeld in artikel 8:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is, waartegen op gelijke voet als tegen besluiten rechtsmiddelen kunnen worden aangewend. Door het ontnemen van deze taken werd eiser rechtstreeks in zijn belang als ambtenaar geraakt.

De rechtbank is echter ook gebleken dat eiser reeds in oktober 2008 mondeling is meegedeeld dat hij deze taken niet langer mocht verrichten. Eerst tijdens de zitting van de bezwarenadviescommissie, op 23 januari 2009, heeft eiser gronden aangevoerd tegen het ontnemen van deze taken. De rechtbank stelt vast dat eiser niet binnen de in artikel 6:7 van de Awb genoemde termijn van zes weken na de mondelinge mededeling in oktober 2008 tegen het ontnemen van deze taken bezwaar heeft gemaakt, maar hiermee heeft gewacht tot enkele maanden later. De rechtbank is dan ook, zij het op andere gronden dan verweerder, van oordeel dat het bezwaar, voor zover gericht tegen het ontnemen van deze taken, niet-ontvankelijk is. Het beroep is in zoverre ongegrond.

De rechtbank ziet aanleiding om verweerder te veroordelen in de kosten die de andere partij in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn, op basis van toekenning van 1 punt voor het beroep en 1 punt voor de behandeling ter zitting, begroot op € 622,– (2 punten ter hoogte van elk € 322,–, voor een beroep dat is ingesteld voor 1 oktober 2009),- als kosten van verleende rechtsbijstand.

3.  Beslissing

De rechtbank:

–  verklaart het beroep ongegrond, voor zover gericht tegen verweerders besluit om de   disciplinaire straf van voorwaardelijk ontslag te handhaven;
–  verklaart het beroep gegrond, voor zover gericht tegen verweerders besluit om het besluit te handhaven, waarbij eiser is opgedragen om een andere functie te vervullen dan de functie waarin hij is aangesteld en om hem te plaatsen in de functie van projectmedewerker bij de CROD;
–  vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
–  gelast dat verweerder, met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen, opnieuw op het bezwaar dient te beslissen;
–  verklaart het beroep ongegrond, voor zover gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het ontnemen van taken als tegenspreker en als hulpofficier van justitie;
–  veroordeelt verweerder in de proceskosten, welke begroot worden op € 622,–, te betalen aan eiser;
–  gelast dat verweerder aan eiser het door   hem betaalde griffierecht, ten bedrage van
€ 150,– , vergoedt.
(bron: www.rechtspraak.nl)

Hebt u als ambtbaar omtrent ontslag vragen of behoefte aan direct advies of rechtsbijstand, kunt u altijd direct en kosteloos contact opnemen met ons advocatenkantoor. Dit gaat snel en u krijgt direct een van onze ontslag advocaten aan de telefoon. Wij zijn specialist in arbeidsrecht en (collectief) ontslagrecht. Bel ons nu op (030) 252 35 20. Daarvoor brengen wij u vanzelfsprekend geen kosten in rekening. Een eerste telefonisch advies is altijd kosteloos.

Direct contact met een specialist

Bel mij terug!

Zoek
Exact matches only
Search in title
Search in content
Search in comments
Search in excerpt
Filter by Custom Post Type

Snelle scan, second opinion,
beoordeling van uw zaak of een andere vraag?
Neem vrijblijvend contact met ons op

Klik binnen onze kennisdatabank

aansprakelijkheid agentuurovereenkomst algemene voorwaarden alimentatie ambtenarenrecht - ontslag ambtenaar ambtenarenrecht advocaten utrecht appartementsrecht appartementsrecht - VvE (vereniging van eigenaren) arbeidsovereenkomst arbeidsovereenkomst Arbeidsrecht advocaten auteursrecht advocaat beroepsaansprakelijkheid bestuur bestuurdersaansprakelijkheid billijke vergoeding bouwrecht burengeschil burgerlijk procesrecht Collectief ontslag consumentenkoop consumentenrecht echtscheiding echtscheiding advocaten erkenning faillissementsrecht franchise advocaten utrecht gemeenschap gemeenschap van goederen gezag grievend gedrag handelsnaam hulp bij Scheiding huurrecht huurrecht huwelijkse voorwaarden hypotheeklasten Incasso kennelijk onredelijk ontslag kennelijk onredelijk ontslag advocaten Utrecht kinderalimentatie levensonderhoud lotsverbondenheid mededelingsplicht mediation merkenrecht Merkenrecht - handelnaamrecht niet-wijzigingsbeding non-conformiteit non concurrentiebeding omgangsregeling Ondernemingsrecht Ondernemingsrecht Onrechtmatige daad ontbinding ontbinding arbeidsovereenkomst ontbindingsvergoeding ontslaan werknemer ontslag ontslag advocaat ontslag advocaten ontslag ambtenaar ontslag bedrijfseconomische redenen Ontslag bij reorganisatie ontslag concurrentiebeding ontslag op staande voet ontslag statutair directeur ontslag UWV ontslagvergoeding ONTSLAG via UWV opzeggen vof opzegging opzegging overeenkomst overeenkomst overeenkomsten overeenkomstenrecht overeenkomstenrecht overlijden partneralimentatie personen- en familierecht proces procesrecht advocaten Schadevergoeding schorsing - non-actiefstelling schulden en kinderalimentatie sociaal plan transitievergoeding vastgoed vast goed vast goed advocaten Utrecht vaststellingsovereenkomst verdeling vof wijziging woning woonlasten WWZ zorgplicht zorgplicht bank zorgplicht banken