Onrechtmatige hinder

ONRECHTMATIGE HINDER

Leidt de geluidsoverlast die wordt geleden door het aanleggen van een laminaatvloer tot een inbreuk die als onrechtmatig kan worden beschouwd op de voet van 5:37 BW jo 6:162 BW?

In de zaak die diende voor het gerechtshof Amsterdam (vindplaats ECLI: NL: GHAMS: 2017L: 69) waarvan arrest op 10 januari 2017, heeft het gerechtshof Amsterdam geoordeeld dat de aanleg van een laminaat door de bewoner van een bovenwoning geen onrechtmatige hinder toebrengt aan de bewoner van de onder gelegen benedenwoning. In deze zaak zijn geluidsmetingen door een deskundige verricht, waaruit in hoger beroep niet volgt dat het aanleggen door de bovenbuurman van het laminaat tot een zodanig toegenomen geluidsoverlast in de benedenwoning leidt, dat deze toename jegens de bewoner van de benedenwoning onrechtmatige hinder oplevert.

Het gerechtshof heeft tevens gekeken naar het huishoudelijk reglement, waaronder of hierin bepalingen zijn opgenomen waaraan het type (onder)vloer dient te voldoen c.q. welk gebruik van materialen vereist is, dan wel zijn verboden. Het huishoudelijk reglement heeft hierover niets opgenomen. Het hof heeft verder overwogen dat partijen in een oud pand uit 1910 wonen en daarom ook een zekere mate van geluidsoverlast van elkaar hebben te dulden. De vordering tot onrechtmatige hinder wordt dan ook afgewezen en daarmee de vordering van de bewoner van de benedenwoning, dat de benedenwoning op kosten van de bovenwoning (eigenaar) dient te worden voorzien van geluidsisolerende materialen en (subsidiair) dat de laminaatvloer in de bovenwoning op kosten van de bovenbewoner dient te worden voorzien van een geluidsisolerende extra ondervloer, in beide gevallen op straffe van een dwangsom.

In dit geval heeft zowel de kantonrechter als het gerechtshof de zaak getoetst aan de criteria van 5:37 BW (hinder) Jo artikel 6:162 BW (onrechtmatige daad). Op grond van artikel 5:37 BW mag een eigenaar van een erf niet in de mate of op een wijze die volgens artikel 6:162 BW onrechtmatig is, een eigenaar van een ander erf hinder toebrengen, zoals door het verspreiden van rumoer, trillingen, stank en rook of gassen door het onthouden van lucht of door het ontnemen van steun. Deze opsomming is niet limitatief. Artikel 5:37 BW is van overeenkomstige toepassing op gebruikers / niet eigenaars waar het gaat om toebrengen van hinder.

Het antwoord op de vraag of het toebrengen van hinder onrechtmatig is, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor aangebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waarbij onder meer rekening moet worden gehouden met het gewicht van de belangen die door de hinder toebrengende activiteiten worden gediend en de mogelijkheid – mede gelet op de daaraan verbonden kosten – en de bereidheid om maatregelen ter voorkoming van schade te treffen (HR 21 oktober 2005, ECLI: NL: HR: 2005: AT8823).

Mocht u omtrent het artikel "Onrechtmatige hinder" vragen hebben dan wel behoefte hebben aan direct advies, kunt u altijd kosteloos contact opnemen met ons advocatenkantoor. Dit gaat snel en u krijgt direct een advocaat aan de telefoon. Wij zijn specialist op dit terrein.
Bel ons nu op 030 252 35 20 of vul het vragenformulier in.